Je hebt een schrift voor je liggen. De bladzijde is leeg, je pen hangt erboven. Er is genoeg wat je bezighoudt, maar zodra je wilt beginnen, komt er een andere gedachte tussendoor: hoe zeg ik dit goed? Je schrijft een zin, leest hem terug en streept hem weer door. Wat vanbinnen zo aanwezig was, lijkt op papier ineens niet te kloppen.
Misschien herken je dat. We zijn gewend om met woorden iets duidelijk te maken aan een ander. Een bericht moet begrijpelijk zijn, een verhaal moet ergens naartoe. Maar als je schrijft om jezelf te ontmoeten, mag je die opdracht even neerleggen. Je hoeft geen mooie tekst te maken. Je mag ontdekken wat er tevoorschijn komt als je niet meteen ingrijpt.
Een bladzijde is geen prestatie
Ergens onderweg hebben veel mensen geleerd dat schrijven iets is wat je goed of fout kunt doen. Misschien denk je aan opstellen met rode strepen, aan een docent die vroeg wat je precies bedoelde, of aan iemand die altijd zo makkelijk de juiste woorden vond. Het is begrijpelijk dat die herinneringen meekomen wanneer je nu een pen oppakt.
Toch is schrijven voor jezelf iets anders dan schrijven voor een beoordeling. Niemand hoeft te begrijpen waarom je halverwege van onderwerp verandert. Je hoeft geen sterke opening te bedenken en ook geen conclusie te trekken. Een bladzijde mag bestaan uit losse gedachten, dezelfde zin drie keer of een woord waar je nog niet aan voorbij kunt. Dat maakt de tekst niet mislukt. Het laat zien waar je op dat moment bent.
Je hoeft jezelf dus niet eerst tot een schrijver te maken. Je hoeft alleen even aanwezig te zijn bij wat je merkt. Dat kan klein beginnen: ik ben moe. Ik blijf aan dat gesprek denken. Ik weet eigenlijk niet wat ik voel. Ook dat zijn woorden die ergens ruimte voor maken.
De stem die meteen iets vindt
Terwijl je schrijft, kan er een strenge stem opduiken. Wat stel je je aan. Dit klinkt kinderachtig. Je hebt dit toch al een keer opgeschreven? Die stem probeert je misschien te beschermen tegen schaamte of tegen het gevoel dat je iets verkeerd doet. Je hoeft er niet boos op te worden. Maar je hoeft haar ook niet de pen te geven.
Soms helpt het om het oordeel zelf op te schrijven: ik merk dat ik dit een stomme zin vind. Of: een deel van mij wil dit niet opschrijven. Daarmee ontstaat er een beetje afstand. Het oordeel is niet langer de waarheid over je tekst, maar iets wat je opmerkt. En naast dat oordeel kan nog een andere zin komen: toch wil ik even luisteren naar wat er in mij omgaat.
“Je woorden hoeven niet mooi te zijn om iets echts te vertellen.”
Eerlijk klinkt niet altijd vloeiend
Wat je voelt, komt zelden in keurige alinea’s binnen. Verdriet kan naast opluchting bestaan. Je kunt iemand missen en tegelijkertijd boos zijn. Je kunt weten dat een keuze goed voor je is en er toch tegenop zien. Op papier hoeft dat niet meteen met elkaar te kloppen. Je mag vandaag iets anders schrijven dan gisteren.
Misschien schrijf je eerst dat het wel meevalt. En volgt er na een paar regels: eigenlijk doet het me meer dan ik wil toegeven. Niet omdat de eerste zin fout was, maar omdat je wat langer bleef luisteren. Soms brengt schrijven je bij iets onverwachts. Soms blijft het bij alledaagse gedachten. Beide zijn goed. Er hoeft geen inzicht uit iedere schrijfsessie te komen.
Begin waar je nu bent
Je hoeft niet op het juiste moment of op de juiste stemming te wachten. Een gewoon schrift is genoeg. Kies, als dat kan, een plek waar je een paar minuten niet gestoord wordt. Leg je telefoon weg en voel even hoe je zit. Niet om eerst helemaal rustig te worden, maar om op te merken hoe het nu met je is.
Een beginzin kan helpen als de leegte van de bladzijde groot voelt. Probeer eens: wat me vandaag bezighoudt, is… Of: als ik eerlijk ben… Schrijf verder zonder de eerste regels terug te lezen. Kom je niet verder, dan mag je dat ook opschrijven. Ik weet niet wat ik moet zeggen is geen blokkade die je moet oplossen; het kan gewoon je volgende zin zijn.
EEN KLEINE OEFENING · 5 MINUTEN
Vandaag hoeft het niet mooi
Zet een timer op vijf minuten. Begin met de woorden: ‘Als niemand dit hoeft te lezen, dan…’ Laat je pen bewegen en probeer niets te verbeteren. Een herhaling, een spelfout of een onafgemaakte gedachte mag blijven staan. Als je vastloopt, schrijf je: ‘En wat ik ook nog wil zeggen…’
Stop wanneer de timer gaat, ook als je nog niet klaar bent. Leg je pen neer en kijk even om je heen. Wat merk je nu op? Je hoeft je tekst niet terug te lezen. Alleen het schrijven kan voor vandaag genoeg zijn.
Ook stoppen is goed voor jezelf zorgen
Schrijven kan opluchten, maar het kan ook iets aanraken dat gevoelig is. Je hoeft daar niet doorheen te schrijven omdat de timer nog loopt of omdat je vindt dat je nu moet doorzetten. Merk je dat het te veel wordt, leg je pen dan neer. Voel je voeten op de grond, kijk rond in de kamer of haal een glas water. Je mag iets anders gaan doen.
Niet alles hoeft vandaag op papier. Je kunt om een moeilijke ervaring heen schrijven, alleen benoemen wat je op dit moment nodig hebt of het schrift dichtlaten. Als schrijven je herhaaldelijk overspoelt of als spanning blijft aanhouden, zoek dan steun bij iemand die je vertrouwt of bij een professional. Mild zijn betekent ook dat je je eigen grens serieus neemt.
Je hoeft er niets van te maken
Na het schrijven kan de neiging ontstaan om te kijken of het iets heeft opgeleverd. Is dit een goede tekst? Ben ik nu verder? Misschien kun je die vragen vervangen door een zachtere vraag: hoe was het om even bij mezelf te blijven? Soms voel je meer ruimte. Soms ben je vooral moe. En soms merk je weinig verschil. Dat zegt niets over hoe goed je het hebt gedaan.
Je mag bewaren wat je schreef, het later teruglezen of de bladzijde omslaan zonder er nog iets mee te doen. Het hoeft geen verhaal te worden dat je met iemand deelt. Dit was een moment waarop jouw gedachten niet alleen in je hoofd hoefden te blijven. Een paar woorden, in jouw tempo. Niet mooi gemaakt, maar van jou.